Baots kapelke

Het Baotes kapelke    adres: Leveroyse weg

Bron Heemkunde Leveroy

Ga je via de Leveroyseweg richting Heythuysen dan kom je na enige honderden meters aan de linkerzijde van de weg bij het Baotskapelke.

Dit kapelletje wordt omstreeks 1770 op oude landkaarten vermeld. De volksmond gaf aan dit voetvalletje de naam Baotse-kepelke omdat de eigenaars ervan ook de eigenaars van Baotsenhof waren. De laatste pachter van de hof en verzorger van het kapelletje was Chr. Wyers (Baotse Christ). Bij de reconstructie van de provinciale weg heeft de voorlaatste eigenaresse, Mw. Peeters (Kloete Mina) grond geschonken aan de gemeente Heythuysen waar de kapel door bewoners van Maxet weer in oude glorie is hersteld.

Het aloude kapelletje werd t.b.v. de nieuwe weg verplaatst, het lag ooit tegenover “Verkoelen”, waar in vroeger tijd café was. In de buurt vinden we de Timmerwerk-plaats van Raf OpHeij, die het bedrijf overnam van Jac Frenken. Ook in vroeder tijd werd hier veel met hout gewerkt. De oude “Lemme-Baer” (H. Frenken) was namelijk radmaker.

In 1977 verscheen er een artikel in de krant over het kapelletje omdat dit moest wijken door het verleggen en verbreden van de provinciale weg tussen Leveroy en Heythuysen.
Onderstaand het hele verhaal met foto.

Boats Kepelke moet weg voor weg

07/04/197707/04/1977 fvdbroekBoats Kepelke moet weg voor weg

HEYTHUYSEN – Het oudste kapelletje van Heythuysen, het zogenaamde „Boatse Kepelke”, zal zijn historische staanplaats moeten prijsgeven. Binnenkort wordt een begin gemaakt met de reconstructie van de . weg Heythuysen-Leveroy en het kapelletje is daarbij een sta-in-de-weg. De eigenaresse is met de gemeente overeengekomen dat het vrij onaanzienlijke, doch historische bouwwerkje zal worden verplaatst naar een ander plekje grond dat in de nabijheid van de weg ligt en haar eigendom is. Het is menig bewoner van de buurtschap Maxet en van Heythuysen een doom in het oog dat dit karakteristieke plekje uit het land-schap wordt weggenomen. De twee majestueuze bomen naast het voetvalletje zullen ook moeten verdwijnen, en daarmee verdwijnt dan tevens een oud en vertrouwd herkenningspunt. „Toch wel jammer dat er zo gemakkelijk wordt omgesprongen met zaken die van culturele waarde zijn”, zo verzucht de Heythuysense Mavo-leraar en amateur-historicus H. Reijnen. Samen met een aantal plaatsgenoten is Reijnen er weinig gelukkig mee dat het „Boatse Kepelke” plaats moet maken voor een tertiaire weg, doch hij vreest dat de klok niet meer terug te draaien zal zijn. Volgens Beijnen, die als welhaast geen ander thuis is in de geschiedenis van zijn woon-
plaats, is het „Boatse Kepelke” ruim tweehonderd jaar oud. Momenteel staat er een Lourdesbeeldje in, doch het gebouwtje moet in vroeger jaren onderdak hebben geboden aan een andere heilige.